Verklarende woordenlijst van gebruikte termen


Albe

Wit onderkleed dat door de priester tijdens de mis gedragen wordt.

logo Vrienden Herman Wijns

Blijde Mysteries

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (of mysteries). Er zijn 15 geloofsgeheimen, telkens gegroepeerd in groepjes van 5: de blijde, glorievolle en droevige mysteries. In 2002, het jaar van de rozenkrans, voegde paus Johannes Paulus II er de 5 geheimen van het licht aan toe. De mysteries geven een soort samenvatting van het evangelie. Het rozenkransgebed is een meditatie op de mysteries of de gebeurtenissen in het leven van Jezus die ons het plan van God openbaren om de mensen te redden. De blijde mysteries zijn vreugdevolle gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria:

  1. De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria
  2. Maria bezoekt haar nicht Elisabeth
  3. Jezus wordt geboren in een stal te Betlehem
  4. Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen
  5. Jezus wordt in de tempel teruggevonden

Broeders van Liefde

De Broeders van Liefde is een congregatie. Herman Wijns ging naar het Sint-Eduardusinstituut te Merksem, een van de scholen van de Broeders van Liefde. Verschillende broeders hebben Herman Wijns dus van zeer dichtbij gekend en waren onder de indruk van het zuivere, edele in het kind. Na Herman's dood heeft broeder Melarius, leerkracht in de laagste klassen, de nagedachtenis aan Herman levendig gehouden.

De Broeders van Liefde zitten mee in het bestuur van de vzw "Vrienden van Herman Wijns" en staan deze ook juridisch, administratief en financieel bij. Het herinneringshuis voor Herman Wijns, dat zowel een gebedshuis als een museum is, wordt door de Broeders Van Liefde ter beschikking gesteld.

Chrisko-koor

Het Chrisko-koor is een familiekoor uit Nederland. Chrisko staat voor Christus Koning. Het is een koor waar iedereen, jong of oud, bas, alt, tenor, sopraan of wat daartussen zit welkom is. Het gaat voornamelik om het plezier van het samen zingen. Zij luisteren steeds de vieringen op de Herman Wijns-dag op en hebben het lied "Herman Wijns" gecomponeerd.

Ciborie

Kelk waarin de geconsacreerde Hostie wordt bewaard.

Decorum

Latijn: versiering.

Diocees

= bisdom; diocesaan = van het bisdom.

Droevige mysteries

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (of mysteries). Er zijn 15 geloofsgeheimen, telkens gegroepeerd in groepjes van 5: de blijde, glorievolle en droevige mysteries. In 2002, het jaar van de rozenkrans, voegde paus Johannes Paulus II er de 5 geheimen van het licht aan toe. De mysteries geven een soort samenvatting van het evangelie. Het rozenkransgebed is een meditatie op de mysteries of de gebeurtenissen in het leven van Jezus die ons het plan van God openbaren om de mensen te redden. De droevige mysteries zijn treurige gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria:

  1. Jezus bidt in doodsangst tot zijn Hemelse Vader in de Hof van Olijven
  2. Jezus wordt gegeseld
  3. Jezus' doornenkroning
  4. Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Golgotha
  5. Jezus sterft aan het kruis

Eucharistische Kruistocht

Paus Pius X, de "Paus van de Communie", had een uitgesproken aandacht voor de liturgie, Eucharistie en godsdienstige vorming. De kinderen gingen hem daarbij vooral aan het hart. Hij riep op tot een grote "Eucharistische Kruistocht".

De E.K. was in het bijzonder gericht naar kinderen en had tot doel hen een zeer zuiver en op de Eucharistie gericht leven te laten lijden. In België was de Norbertijnenabdij Averbode voortrekker van de E.K. en liet verschillende artikels verschijnen in het kindertijdschrift "Zonneland". Sommige artikels werden geschreven door de priester Edward Poppe, eveneens een devoot man gericht op en voortrekker van de Eucharistie.

De eisen die aan de jonge "kruistochters" gesteld werden, waren hoog en slechts enkelen lukte het volgens deze strenge regels te leven. De nadruk werd sterk gelegd op het eerst aan zichzelf werken voor naar anderen te kijken. Hieronder een extract uit een oproep voor de E.K, gepubliceerd door de abdij van Averbode:

Wat doet een Kruistochter?

Hij laat geen enkele Mis, geen enkele H. Kommunie na, door zijn schuld. Want de H. Kommunie is het dagelijks Brood voor zijn ziel:

  1. Een Kruistochter gaat minstens ééns in de week te Kommunie, hij doet ook zijn best om meermalen in de week te gaan, zelfs elke dag.
  2. Hij draagt elke morgen zijn dag op aan het H. Hart van Jezus. Hij offert zijn hart en zijn dag op met Jezus als deze zich slachtoffert in de H. Mis. Daartoe zegt hij mondeling de volgende opdracht: “ O goddelijk Hart van Jezus, door Maria’s handen draag ik u op: al de gebeden, de werken en het lijden van de dag. Ik verenig mij met al de inzichten, waarvoor Gij u voortdurend slachtoffert in de H. Mis”. Wie die twee voorwaarden vervult, is Kruistochter.

Wat doet een vurig Kruistochter nog meer?

  1. Hij aanziet al de plichten van zijn kinderleven als Gods Wil, en volbrengt ze met liefde.
  2. Hij doet gaarne kleine verstervingen, hij verdraagt verduldig zijn kleine moeilijkheden. In de dag denkt hij dikwijls aan Jezus en Maria, en dan fluistert hij een vurig schietgebed. Zó heiligt hij zijn dag.
  3. In de kerk is een Kruistochter als ‘t kan elke dag op zijn post voor de H. Mis, voor de H. Kommunie. Hij weet dat Jezus in het Tabernakel woont. Hij gaat Hem soms bezoeken, knielt voor Hem ten gronde toe, praat niet, kijkt niet om, maar biedt stil.
  4. Op straat is hij niet wild... Hij plaagt de oude en gebrekkige mensen niet. Hij wil niet alles zien en horen. Hij vlucht de slechte kinderen, de slechte plaatsen, de slechte cinema’s. Hij groet altijd de Priesters.

N.B. - Om getrouw en vurig te blijven, vult de Kruistochter elke week het E.K. - weekbriefje in.

Wat doet een Apostel van de E.K.?

Hij wint vier of vijf nieuwe leden bij en maakt er echte Kruistochters van. Hij bidt voor hen en geeft hun in alles het goede voorbeeld. Elke dag bidt hij voor zijn roeping!

Wat mag een Kruistochter niet vergeten?

  1. Een Kruistochter staat als een goed soldaat geheel ten dienste van Koning Jezus. Hij dient hem op zijn best!
  2. Zijn wapens zijn: 1. de veelvuldige en welverzorgde Mis met H. Kommunie; 2. het gebed; 3. de versterving en het voorbeeld.
  3. Zijn leuze is: “Doe wel en zie niet om!” Weg met de valse schaamte en ‘t menselijk opzicht. Een Kruistochter draagt fier zijn herkenningsteken.
  4. Hij zal elke dag bidden voor zijn roeping!
  5. Hij is een “Kind van Maria”. Hij wil liever sterven dan iets te doen tegen de engelachtige zuiverheid. Geen onzedige klederdracht!
  6. De Kruistochter kan niets alleen, maar hij kan alles met Jezus’ genade en door Maria’s voorspraak! Hij is nederig, maar moedig.

Ex voto

voorwerp geschonken uit dankbaarheid voor bekomen gunst, bij het graf van Herman Wijns vaak een steentje met tekst

Getijden

Het officiële gebed van de kerk dat op vaste tijden de dag vult, gerekend naar de Romeinse dagindeling van telkens drie uur, namelijk de Metten ('s nachts), Lauden (dageraad), Terts (9 uur v.m.), Sext (12 uur ' s middags), None (3 uur n.m.), Vespers ('s avonds). Later zijn daar nog de Prime (morgengebed) en de Completen (slotgebed voor het slapen gaan) bijgekomen.

Glorievolle mysteries

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (of mysteries). Er zijn 15 geloofsgeheimen, telkens gegroepeerd in groepjes van 5: de blijde, glorievolle en droevige mysteries. In 2002, het jaar van de rozenkrans, voegde paus Johannes Paulus II er de 5 geheimen van het licht aan toe. De mysteries geven een soort samenvatting van het evangelie. Het rozenkransgebed is een meditatie op de mysteries of de gebeurtenissen in het leven van Jezus die ons het plan van God openbaren om de mensen te redden. De glorievolle mysteries zijn glorievolle gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria:

  1. Jezus verrijst uit de doden
  2. Jezus stijgt op ten hemel
  3. De heilige Geest daalt neer over de apostelen
  4. Maria wordt in de hemel opgenomen
  5. Maria wordt in de hemel gekroond

Godslamp

Altijddurend, op bijenwas of plantaardige olie brandend licht, indien in de kerk in de buurt van het tabernakel, om van Gods bijzondere aanwezigheid te getuigen.

Heilig Hart

Devotie tot Jezus' hart als symbool van liefde. De populariteit ervan vindt haar oorsprong in de visioenen van de heilige Maria Margaretha Alacoque (1647-1690) in een klooster te Paray-le-Monial.

Heiligverklaring

Een heilige is iemand die bijzonder rechtschapen en gelovig heeft geleefd, men spreekt ook van " heroïsche zedelijke deugd", en van wie wordt aangenomen dat hij of zij daardoor invloed kan uitoefenen op het leven op aarde. Hij of zij doet dat door middel van voorspraak bij God.

Heiligheid is niet voorbehouden aan de gecanoniseerde heiligen. Allen die leven of geleefd hebben in geloof en rechtschapenheid, zijn heilig. De gecanoniseerde heiligen zijn die heiligen voor wie er bij de bevolking een bijzondere verering is ontstaan, welke vervolgens door de kerkelijke autoriteiten wordt goedgekeurd. Het heiligverklaren of canoniseren van iemand kan tegenwoordig alleen gebeuren na zijn of haar dood, omdat iemand tijdens zijn leven nog in zonde kan vervallen. Vanaf het moment van overlijden geldt onder normale omstandigheden een minimale wachtperiode van twaalf jaar. Het is ook mogelijk dat een overledene zonder dat deze periode wordt afgewacht en zonder verder onderzoek "bij acclamatie" heilig wordt verklaard. Enkel de paus kan iemand heilig verklaren.

Om na de zaligverklaring, heilig te kunnen worden verklaard, is het noodzakelijk om na de zaligverklaring minstens een wonder te hebben verricht, dat door de kerk als zodanig erkend wordt. De procedure die doorlopen moet worden is lang en kostelijk.

Herinneringshuis

Het herinneringshuis voor Herman Wijns is zowel een gebedshuis als een museum. De Broeders van Liefde kochten het huis om het als plaats van herinnering in te richten. In het herinneringshuis worden een uitgebreide hoeveelheid foto's en gebruiksvoorwerpen bewaard uit het huis van de familie Wijns in de Wuytslei 23. Het kinderbedje van Herman is er te zien, maar ook de eikenhouten tafel waar Herman na zijn overlijden op lag opgebaard en zijn overmantel die hij door reclamefolders te plooien, gekregen had. Ook het Heilig Hartbeeld waarmee Herman ronddanste toen zijn vader eindelijk weer werk gevonden had en het kruisbeeld dat hij op de dag van zijn fatale ongeval uit een vuilbak redde zijn er te bezichtigen. Het adres: Van Heybeeckstraat 23 - 2170 Merksem (Antwerpen)

In saecula saeculorum

Latijn: Tot in de eeuwen der eeuwen

Jonge Adel

Het eerste tijdschrift rond Herman Wijns in 1986 kreeg de naam “Jonge Adel” mee. Dit is mettertijd uitgegroeid tot een luxe-uitgave, die te kostelijk werd. In september 2008 werd gestart met een “Jonge Adel-nieuwsbrief”, een sober en eenvoudig blad. Ook om de link naar het vroegere tijdschrift te leggen, werd “Jonge Adel” behouden. De naam "Jonge Adel" refereert naar het edel karakter van Hermanneke, die het ook voor de zwakkeren opnam en die door zijn voorbeeldig leven tot de "spirituele adel" behoort.

Kazuifel

Mouwloos opperkleed in liturgische kleur gedragen door de priester als voorganger bij de eucharistieviering. Staat symbool als de mantel der liefde.

Mysteries van het Licht

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (of mysteries). Er zijn 15 geloofsgeheimen, telkens gegroepeerd in groepjes van 5: de blijde, glorievolle en droevige mysteries. In 2002, het jaar van de rozenkrans, voegde paus Johannes Paulus II er de 5 geheimen van het licht aan toe. De mysteries geven een soort samenvatting van het evangelie. Het rozenkransgebed is een meditatie op de mysteries of de gebeurtenissen in het leven van Jezus die ons het plan van God openbaren om de mensen te redden. De lichtende mysteries zijn gebeurtenissen uit het openbare leven van Jezus:

  1. Doop van Jezus in de Jordaan.
  2. Openbaring van Jezus op de bruiloft van Kana.
  3. Jezus' aankondiging van het Rijk Gods.
  4. Gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor.
  5. Jezus stelt de eucharistie in tijdens het Laatste Avondmaal.

Litanie

Liturgisch beurtgebed bestaande uit een reeks korte aanroepingen en antwoorden, besloten met een gebed.

Liturgische kleuren

  • Groen: voor gewone (zon)dagen en als kleur van de hoop
  • Wit: voor de feesten van Christus, Maria en heilige niet-martelaren
  • Rood: op feestdagen van de Heilige Geest, bijvoorbeeld Pinksteren en feestdagen van martelaren (bloed), bijvoorbeeld op tweede kerstdag (26 december): St.-Stefanus
  • Paars: in tijden van boete: de vastentijd en de advent. Ook wordt paars tijdens uitvaarten gedragen.
  • Zwart: voor rouw en Goede week

Manipel

Latijn: manipulus, handvol. Klein doek dat in het verleden door de priester over de linkermouw van de albe gedragen werd, in de liturgische kleur van de dag. Oorspronkelijk een zweetdoek, staat hij symbool voor de last van het werk in de wijngaard van de Heer en herinnert hij aan de ontberingen van Jezus Christus tijdens zijn aardse leven.

Missaal

Officieel liturgisch boek met alle vaste en wisselende lezingen en gebeden van het gehele kerkelijke jaar. Vroeger had iedereen zo’n kerkboek dat 's zondags mee naar de mis genomen werd.

Monstrans

Gouden of verguld zilveren vaatwerk waarin de geconsacreerde hostie op zichtbare wijze ten toon gesteld wordt of in processie rondgedragen wordt.

Mysteries

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (of mysteries). Er zijn 15 geloofsgeheimen, telkens gegroepeerd in groepjes van 5: de blijde, glorievolle en droevige mysteries. In 2002, het jaar van de rozenkrans, voegde paus Johannes Paulus II er de 5 geheimen van het licht aan toe. De mysteries geven een soort samenvatting van het evangelie. Het rozenkransgebed is een meditatie op de mysteries of de gebeurtenissen in het leven van Jezus die ons het plan van God openbaren om de mensen te redden.

Noveen

Noveen: komt van novena, latijn voor negendaags. Een noveen is een gebed of godsdienstoefening gedurende negen dagen achtereen ter verkrijging van een gunst of ter voorbereiding op een grote feestdag.

Noveenkaars

Een noveenkaars is een kaars die negen dagen en nachten brandt met een speciale intentie.

O.L.Vrouw van Lourdes

O.L.Vrouw die te Lourdes verscheen aan Bernadette. De extra benaming voor O.L.Vrouw wordt gegeven naar een bepaalde eigenschap van Haar. Al naargelang een aspect van O.L.Vrouw voor mensen in hun leven belangrijk is, aanbidden zij O.L.Vrouw met extra aandacht voor dat aspect.

O.L.Vrouw Hulp der Christenen

O.L.Vrouw die de hulp der christenen symboliseert, in het bijzonder in een wereld die andere waarden nastreeft en waar het moeilijk kan zijn de christelijke waarden en handelingen te blijven volgen. De extra benaming voor O.L.Vrouw wordt gegeven naar een bepaalde eigenschap van Haar. Al naargelang een aspect van O.L.Vrouw voor mensen in hun leven belangrijk is, aanbidden zij O.L.Vrouw met extra aandacht voor dat aspect.

O.L.Vrouw Toevlucht

O.L.Vrouw als toevlucht in elke nood, voor iedereen. De extra benaming voor O.L.Vrouw wordt gegeven naar een bepaalde eigenschap van Haar. Al naargelang een aspect van O.L.Vrouw voor mensen in hun leven belangrijk is, aanbidden zij O.L.Vrouw met extra aandacht voor dat aspect.

Orate Fratres

Latijn: Bidt broeders. Uitnodiging van de priester tot gezamelijk gebed tijdens de mis bij het begin van de dienst van de tafel, de offermis of canon.

Oremus

Latijn: Laat ons bidden. Liturgische uitnodiging tot gebed.

Ouwel

Een ongeconsacreerde hostie van ongedesemd brood

Paternoster

Dit is een bidsnoer van vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door grote kraal en voorafgegaan door kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal. Aan het kruisje wordt de geloofsbelijdenis gebeden, aan de grote kralen het Onze Vader en aan alle kleine kralen het Weesgegroet. Bij elk tiental kralen wordt een geheim uit het leven van Maria en Jezus overwogen.

Paus Pius X

Pius X werd op 2 juni 1835 geboren in Riese in Italië als zoon van een postbode. Zijn jeugd was even arm als eenvoudig. Om priester te worden moest hij het gymnasium van het 14 kilometer verder gelegen Castelfranco bezoeken. Hij legde deze in de regel blootsvoets af om zijn schoenen te sparen.

In 1850 ging hij naar het seminarie van Padua. Na zijn priesterwijding, op 18 september 1858, werkte hij als kapelaan in Tombolo.

In 1867 werd hij pastoor van Salzano en in 1875 kanunnik van Treviso. In 1885 werd hij tot bisschop van Mantua benoemd. Zijn programma bij de aanvaarding van de zetel was: "Voor het welzijn van de zielen zal ik zorgen noch nachtwaken noch moeiten sparen. Niets zal mij meer aan het hart liggen dan uw heil. Ik weet dat ik mij grote inspanningen zal moeten getroosten. Maar de mensen van mijn bisdom zullen mij altijd op mijn post vinden, steeds mild en liefdevol". In 1893 werd hij kardinaal en patriarch van Venetië.

Na de dood van paus Leo XIII in 1903 reisde hij naar de pauskeuze, zonder te vermoeden dat hij zelf gekozen zou worden. Hij moest overreed worden de keuze aan te nemen, daar hij zich tegen zo'n last en zo'n waardigheid niet opgewassen achtte. Het doel van zijn pontificaat omschreef hij als volgt: "alles vernieuwen in Christus".

Speciale wensen van de paus waren de liturgie, die hij in haar hele schoonheid en waardigheid wilde herstellen, alsook de Eucharistie en de godsdienstige vorming. De kinderen gingen hem daarbij vooral aan het hart. Hij voerde de kindercommunie in en gaf een catechismus-encycliek uit.

Een zwaartepunt in het pontificaat van Pius X was zijn strijd tegen het modernisme (stroming in de katholieke kerk die aanpassing aan de moderne samenleving voorstond), dat hij "de synthese en het gif van alle ketterijen" noemde. Paus Pius X hervormde de kerkmuziek en het kerkelijk recht en richtte het Bijbelinstituut op. Onvermoeibaar was zijn inzet voor het sociale rijk van Christus. Hij zag daarin de grote uitdaging van de toekomst en het enig juiste antwoord op het oprukkende socialisme.

Op 20 augustus 1914 stierf Pius X. Zijn zaligverklaring vond plaats op 3 juni 1951, zijn heiligverklaring op 29 mei 1954.

Priester Poppe

Edward Poppe werd geboren op 18 december 1890 te Temse (België), in een bescheiden bakkersgezin. In mei 1909 beslist hij diocesaan priester te worden. Reeds als seminarist (1910-1916) leefde in hem het grote verlangen om Gods wil zo volmaakt mogelijk te realiseren. Hij werd een vurig aanbidder van Maria. In mei 1916 werd hij tot priester gewijd. Poppe werd onderpastoor in Sint-Coleta, een arme arbeiderswijk in Gent. Hij startte een communiebond voor de jongste kinderen en liet hen op die manier kennis maken met vele aspecten van het Christendom. Poppe verkoos te leven in absolute armoede en te zijn zoals zijn parochianen.

Zowel door zijn manier van leven als door zijn zwakke gezondheid was hij uitgeput en moest hij verhuizen naar het landelijke Moerzeke om er als rector van het klooster op krachten te komen (1918-1922). Zijn innerlijk leven geraakte in een stroomversnelling. Een bezoek aan het graf van de karmelietes Thérèse Martin te Lisieux op 15 september 1920 werd een keerpunt in zijn spiritualiteit. Haar "kleine weg" werd nu voorgoed zijn "binnenweg". Gedurende de vier jaar contemplatie en studie, waarvan de helft te bed, schreef hij vele teksten voor de "Eucharistische Kruistocht" van de abdij van Averbode, die dikwijls verschenen in het populaire jeugdtijdschrift "Zonneland".

Poppe riep alle opvoeders op tot een "kruistocht" voor herevangelisatie vanuit en naar de Eucharistie, met de niet mis te verstane boodschap "eerst gij, dan zij".

Wanneer zijn gezondheid licht verbeterde, werd hij in Leopoldsburg benoemd tot geestelijk begeleider van de geestelijken van het ganse land die er hun legerdienst deden. Na een hartcrisis in 1923, was hij weer verplicht naar Moerzeke teryg te keren. Hij stierf daar op 10 juni 1924.

Poppe werd weldra in Vlaanderen vereerd en zijn graf te Moerzeke werd een pelgrimsoord. Kardinaal Désiré-Joseph Mercier sprak over hem als een ideaal van de goede priester, zeer spiritueel, ascetisch en klaar om zijn leven op te offeren voor het Christelijke geloof. De abdij van Averbode, die vaak met hem had samengewerkt, ijverde voor zijn zaligverklaring. Priester Poppe werd op 3 oktober 1999 zalig verklaard.

Rozenhoedje

Het bidden van een paternoster. Dit is een bidsnoer van vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door grote kraal en voorafgegaan door kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal. Aan het kruisje wordt de geloofsbelijdenis gebeden, aan de grote kralen het Onze Vader en aan alle kleine kralen het Weesgegroet. Bij elk tiental kralen wordt een geheim uit het leven van Maria en Jezus overwogen.

Rozenkrans

1. bidsnoer van vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door grote kraal en voorafgegaan door kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal.

2. het gebed zelf, als volgt: aan het kruisje wordt de geloofsbelijdenis gebeden, aan de grote kralen het Onze Vader (met de formule Ere zij de Vader, enz. ), en aan alle kleine kralen het Weesgegroet; het aldus eenmaal rondbidden wordt ook wel rozenhoedje genaamd. Het volledige rozenkransgebed omvat het drievoud daarvan. Bij elk tiental kralen wordt een geheim uit het leven van Maria overwogen. Het rozenkransgebed met sterke nadruk op de Mariadevotie dateert uit de l5e eeuw en diende oorspronkelijk in hoofdzaak als plaatsvervanger van het officiële kerkelijk gebed der getijden, dat voor de ongeletterde gelovigen te moeilijk gevonden werd. Met de opkomst van de liturgische beweging in het midden van de 20e eeuw is deze vorm van gebed op de achtergrond geraakt. Het feest van de rozenkrans is op de eerste zondag van oktober.

Salve Regina

Latijn: Gegroet Koningin. Eerste woorden van de langste Maria-antifoon (lofzang) uit de vespers (officiële avondgebed van de kerk).

Schoudervelum

Velum: Latijn: verhulling. Het schoudervelum is een langwerpige schouderdoek voor het vasthouden of dragen van een monstrans. Aan de binnenzijde van het velum zitten zakken, waarin de priester zijn handen kan steken. Het velum zorgt ervoor dat hij de monstrans - uit eerbied - niet met zijn blote handen aanraakt. De gebruikelijke kleur is wit. Wordt het velum echter tijdens de mis gedragen, dan heeft het de liturgische kleur van de betreffende dag.

Sint-Eduardusinstituut

School te Merksem van de Broeders van Liefde

Stola

Brede band die tijdens de liturgie om de hals over de albe gedragen wordt. Hij staat symbool voor het juk van het kruis van Christus. De kazuifel werd er overheen gedragen als een mantel der liefde. De vereiste liturgische kleuren werden vroeger in het kazuifel verwerkt. Na het Tweede Vaticaans Concilie werden al deze zaken versoberd. De liturgische kleur wordt nu in de stola weergegeven, waardoor de voorgangers toekomen met één kazuifel

Tientje

Het bidden van tien weesgegroeten als deel van het Rozenkransgebed.

Versterving

Een offer(tje). Het zich ontzeggen van - dus sterven aan - materiële of geestelijke genoegens om tot grotere geestelijke zelfbeheersing en inkeer te komen.

Wijwater

Water gewijd door de priester om mensen of dingen te zegenen.

Wonder

(Ook mirakel) Een niet natuurlijk te verklaren, op Goddelijke ingreep berustende gebeurtenis.

Zaligverklaring

U vindt meer informatie op onze webpagina zaligverklaring