Anekdotes Kleutertijd


Volgende anekdotes, soms wat ingekort, komen uit het boek "Herman Wijns een liefde-magneet tussen God en de mensen" van Lucienne De Maeght.


een gulle peuter

Op een dag vraagt Hermanneke aan zijn papa: "Suiker geven aan Mus?" "Ja, maar voorzichtig zijn hoor."

Na een tijdje komt de kleuter terug naar de winkel en roept triomfantelijk aan de deur"Allemaal op!". Zijn vader gaat kijken wat hij hiermee bedoelt.

Een hele doos klontjes heeft de kleine stuk voor stuk aan de hond gegeven.

Herman Wijns en Mus

Herman Wijns en hond Mus

mooi

Wanneer zijn nichtje, die vijf jaar ouder is dan Herman, haar Plechtige Communie doet, zegt hij haar:

"Wat heb je een mooi wit kleed! Maar nog veel mooier is je blanke ziel, die moet je trachten te bewaren."


lichtjes in het donker

De ouders zijn erg begaan met de opvoeding van hun kind. Herman's papa merkt dat Herman bang is van het donker en wil hem daarover helpen. De kleuter is aan het spelen en zijn papa vraagt hem op zolder iets te halen dat hij dringend nodig heeft. Herman gaat gewillig naar boven, maar het is te zien dat hij niet zo zelfzeker is.

De zolderdeur piept open, brrr hoe akelig. Herman staat voor een pikzwart gat. Hij hijst zich op zijn tenen en zoekt met zijn vingertjes de schakelaar. Wat een karwei! Hij roept: "Vake, ik zou wel lichtjes moeten hebben aan elke vinger."

Zo weet de kleuter met humor zijn vrees te overwinnen.

netjes

Herman zit in zijn stoeltje een chocoladekoekje op te knabbelen. Zijn mond en vingertjes zijn helemaal besmeurd met chocolade. Hij steekt zijn handen uit en slaakt kreetjes als om te zeggen: "Kijk toch eens hoe vuil ik ben."

Zijn ouders willen eens zien of hij zijn handjes nu aan zijn slabbetje zal afvegen. Zelfs de werklui komen kijken en Jozef Wijns, papa van Herman, vraagt hen Herman even aan zijn lot over te laten.

Wanneer het ventje ziet dat niemand hem komt helpen, berust hij erin en laat de handjes zakken. Hij legt zijn hoofdje op het tafeltje en dommelt in met beide handjes naast zijn hoofd, de besmeurde handpalmen naar boven gekeerd.

Zijn slabbetje en schort blijven vlekkeloos.


een bijzondere ontmoeting

Op een zondagmiddag wandelt Hermanneke met zijn papa op de Antwerpse schoenmarkt. Hij is dan drie jaar. Ze stappen de kapel van O.L.Vrouw Toevlucht binnen.

Herman, die hier voor het eerst binnenkomt, laat plots papa's hand los en loopt tot bij de rij eerste stoelen waar hij blijft staan. Wat maakt zo'n indruk op hem? Het altaar, het Mariabeeld? Minutenlang blijft hij onbeweeglijk toekijken. Zou O.L.Vrouw hem hier reeds onder haar bijzondere bescherming genomen hebben?

Een bisschop die daar zit te bidden, merkt het kind op. Hij gaat ernaar toe, zegent het en geeft het een prentje. Herman's papa legt hem uit dat hij door een Bisschop gezegend is en de kleuter spreekt de ganse dag over Mijnheer de Bisschop.

Slagerij van het gezin Wijns

Slagerij van het gezin Wijns op de Bredabaan

een beetje doof

Op zekere dag komt een preutse? dame de winkel binnen met haar poedel.

Vanop zijn stoeltje zegt Hermanneke: "Dag madame", maar krijgt geen antwoord. Zijn papa heeft het in de gaten. Het kind herhaalt wat luider: "Dag madame", maar nog steeds zonder resultaat.

Denkt hij nu dat ze doof is? Hij springt in ieder geval van zijn stoel en trekt enkele keren aan haar handtas. Nu moet ze wel naar hem neerkijken. Voor de derde keer zegt hij: "Dag madame", "Ah... dag ventje".

Nu is hij tevreden en herneemt zijn plaats op zijn stoeltje.


niet vuil

Regelmatig komt een zigeunerin langs met een draaiorgel, getrokken door honden. Al gauw staat Herman op goede voet met de honden. Van zodra ze het kind zien, kwispelstaarten ze.

De vrouw heeft alle moeite om de honden in bedwang te houden en blaffend steken ze zonder meer de straat over. Ze blijven hijgend staan voor de deur van de slagerij. De zigeunerin maakt van de gelegenheid gebruik en speelt een deuntje. Intussen krijgen de honden van Herman hun zaterdaagse extraatje. De zigeunerin bedankt en Herman mag ook aan het orgeltje draaien. Heel wat mensen blijven naar deze attractie kijken.

De zigeunerin vraagt aan Hermans mama of ze het kind een kus mag geven. "ja, natuurlijk!" Op dat ogenblik stapt een "dame" de winkel binnen en ziet het schouwspel. Even later vraagt ze aan Herman: "Ben je niet bang voor de beestjes?" Herman antwoordt: "Wel nee, madame, die honden bijten niet." "Jamaar, ik bedoel kleine beestjes, die mevrouw is toch vuil." En hij antwoordt verwonderd: " Vuil, madame?... Niet vuil, maar arm!"

geduld

Door het drukke werk eet het gezin niet altijd op hetzelfde uur. Wanneer er nog klanten in de winkel staan, wordt het etensuur verschoven. Op een dag krijgt Herman honger. Hij steekt zijn hoofdje om de winkeldeur, maar ziet dat het zeer druk is en wacht nog een tijd.

Dan wordt de honger zo sterk dat hij nog eens zijn hoofd binnensteekt en mama te kennen geeft dat hij grote honger heeft, door zijn handje naar zijn mond te brangen. Maar ja, de klanten hebben altijd voorrang. Mama zegt: "Kom, jongen, ga bij Jeanne (de meid), zij zal je wel een boterham geven."

Jeanne heeft juist gedaan met kuisen en roept: "HÚ Herman, niet binnen komen met je vuile voeten, d'er is pas geschuurd, ga naar de atelier." Ook daar is hij niet welkom: "Allee manneke, kinderen mogen hier niet binnen komen als de machines draaien." Nu zou hij wel gelijk hebben om zich kwaad te maken.

Wel nee, hij wacht geduldig tot eindelijk iemand aan hem denkt. Ze vinden Herman op het zolderkamertje aan 't bladeren in oude tijdschriften.