Herman Wijns:  Leven - een kort overzicht


Hoera, een kind!

Op 29 juli 1926 wordt het huwelijk ingezegend van Jozef Wijns en Johanna Dens. Het is een jong, dynamisch echtpaar uit zeer christelijke families. Het gaat het gezin de eerste jaren voor de wind. Ze hebben op de Bredabaan te Merksem (Antwerpen) een grote spekslagerij met zeven personeelsleden.

Na vier jaar wordt ook hun kinderwens eindelijk vervuld. Op 15 maart 1931 wordt Herman Ludovicus geboren.

Het geluk van kinderen te hebben, vergemakkelijkt het dagelijkse leven niet. De slagerij is een drukke zaak en er blijft maar weinig tijd over om de baby te vertroetelen. Kleine Herman blijkt echter een rustig en toch levendig, kerngezond kind te zijn. Zijn schortje van 's morgens is ook 's avonds nog even proper.

Zo gaan de dagen gelukkig verder. De baby leert lopen en ontdekt zoals elk kind de zonderlinge wereld der volwassenen.


>  meer over Herman Wijns als kleuter

Anekdote: netjes

Herman zit in zijn stoel een koek op te knabbelen. Zijn mond en vingers zijn helemaal besmeurd. Hij steekt zijn handen uit en slaakt kreetjes als om te zeggen: "Kijk toch eens hoe vuil ik ben."

Wanneer het ventje ziet dat niemand hem komt helpen, legt hij zijn hoofdje berustend op het tafeltje en dommelt in met beide handjes naast zijn hoofd, de besmeurde handpalmen naar boven gekeerd.

Slab en schort blijven vlekkeloos.

meer anekdotes kleutertijd



Een lieve kleuter

Waneer Hermanneke drie jaar is, stappen hij en zijn papa tijdens een zondagswandeling de kapel van O.L.Vrouw Toevlucht binnen. Daar loopt hij plots tot bij de rij eerste stoelen waar hij minutenlang onbeweeglijk blijft toekijken. Zou O.L.Vrouw hem hier reeds onder haar bijzondere bescherming genomen hebben? Een bisschop die daar zit, zegent hem en geeft hem een prentje. De rest van de dag spreekt Hermanneke over Mijnheer de Bisschop.

Er is bij Hermanneke een groeiend gevoel van menslievendheid, een naastenliefde voor arme mensen die zijn leeftijd feitelijk te boven gaat. Nog meer dan bij andere kinderen betekent zijn onschuldige oprechtheid vaak een les voor de volwassenen die hem ontmoeten. Hij is pas vijf wanneer het voorval met de zigeunerin plaats vindt.

Als kleuter kan kleine Herman urenlang op een stoeltje aan de winkeldeur zitten. Aan iedereen die binnenkomt zegt hij vriendelijk goeiedag. Hij kent iedere klant en weet wie een kat of hond heeft. Buren vragen hem graag mee wandelen, hij is immers zo'n levendig, snoezig babbelaartje. Het merkwaardige is dat hij bij die gelegenheid nooit iets vraagt en zelfs de limonade of snoep weigert die ze voor hem willen kopen. Dit is hem anders niet opgelegd van thuis.

Herman mag dan een heel vroom karakter hebben, het is tegelijk een vrolijk kind. Hij kan bij zijn nonkel Mon, die een schrijnwerkerij heeft, heerlijk door de schavelingen stappen. Af en toe laat hij er zich in vallen als in een pluimenbed en zijn schaterlach weerklinkt door het werkhuis.


>  meer over Herman Wijns als kleuter

Anekdote: een beetje doof

Op zekere dag komt een preutse? dame de winkel binnen met haar poedel.

Vanop zijn stoeltje zegt Herman: "Dag madame", maar krijgt geen antwoord. Het kind herhaalt wat luider: "Dag madame", maar nog steeds zonder resultaat.

Denkt hij nu dat ze doof is? Hij springt in ieder geval van zijn stoel en trekt enkele keren aan haar handtas. Nu moet ze wel naar hem neerkijken. Voor de derde keer zegt hij: "Dag madame", "Ah... dag ventje".

Nu is hij tevreden en herneemt zijn plaats op zijn stoeltje.

meer anekdotes kleutertijd



Schooltijd - eerste Communie

Wanneer Herman vijf jaar is, begint hij in het Sint-Eduardusinstituut het eerste leerjaar. Hij is er heel blij mee en behaalt uitstekende resultaten.

In het tweede leerjaar doen de kinderen die zeven jaar zijn hun eerste Communie. Herman zou ook graag zijn eerste Communie doen en vraagt het zijn vader. Na lang aandringen verwijst die hem door naar de pastoor en die stemt toe. Wanneer hij met zijn schoolkameraadjes de kapel binnenstapt, voelt hij zich als in de hemel. Gedurende de mis is hij helemaal bij zijn grote vriend Jezus.

Na zijn eerste Communie wordt zijn volgende wens onmiddellijk ingewilligd wanneer een broeder hem vraagt of hij ook Eucharistisch Kruistochter wil worden. Het kind zal vanaf nu elke dag te Communie gaan, wat voor hem een groot geluk betekent.


>  meer over Herman Wijns als kind

Anekdote: groot geluk

Wanneer Herman zijn eerste Communie gedaan heeft en zijn mama hem die avond onder de dekens stopt, vraagt hij: "Moeke, mag ik morgen ook te Communie gaan?" "Ja, Herman, morgen en iedere dag als je dat verlangt." "O moeke, wat is dat toch een groot geluk!"

meer anekdotes schooltijd



Schooltijd - misdienaar

Wanneer Herman zes jaar is, komt een kentering in het voorspoedige leven van het gezin. De vooroorlogse crisisjaren en daarna de oorlog zelf maken dat het eerst welgestelde gezin in armoede vervalt. Zogenoemde vrienden blijven weg en vaak is er honger. Het gezin moet alle familiejuwelen en zelfs de trouwring opofferen om Herman naar het Sint-Eduardusinstituut te kunnen laten school volgen. Het kind is zijn ouders daar enorm dankbaar voor, evenals God, omdat die dat mogelijk maakte.

Er zijn talrijke voorbeelden van zijn uitzonderlijke trouw aan de Eucharistie en strengheid voor zichzelf zowel qua studies als qua lichamelijke ongemakken. Hij heeft veel meer dan andere kinderen aandacht voor armen, kinderen in nood en in hoge mate voor het zieleheil van mensen. Hij bidt elke dag meer dan een uur in zijn kamer en heeft een grenzeloos vertrouwen in Gods bescherming, zelfs in tijden van oorlog.

Wanneer hij negen jaar is, wordt hij - weeral na zwaar aandringen van zijn kant - misdienaar, een jaar te vroeg.


>  meer over Herman Wijns als kind

Anekdote: opletten!

Hermans liefste spel is de mis doen. Als oom Mon op bezoek komt, is die misdienaar. Hij zit op zijn knieŰn met een belletje in de hand en Herman is gekleed in een rok van moeder en allerlei spullen aan, om u dood te lachen, zo vertellen zijn ouders.

Maar Herman wil dat het ernstig gaat. Wanneer oom vergeet te bellen, doet Herman hem teken, als wou hij zeggen: "Hoe kunt ge zo verstrooid zijn tijdens de mis."

meer anekdotes schooltijd



Schooltijd - Eucharistisch Kruistochter

Al is het min 20░C, al liggen zijn voeten volledig open, al is het gevaarlijk op straat omwille van de oorlog, niets houdt Herman tegen om elke dag naar de mis te gaan.

Na drie jaar proeftijd wordt Herman plechtig ingelijfd als Eucharistisch Kruistochter. Met zijn spaarcentjes laat hij zich fotograferen: Het ereteken van de E.K. op zijn winterjas gespeld, die hij zelf met het plooien van folders verdiende.

Hij spoort mensen aan tot bidden, hij dient vele begrafenismissen en loopt mee in de begrafenisstoet, omdat hij merkt dat bijna niemand meer bidt. Hij probeert thuis een zonnetje te zijn en zijn best te doen op school, hij heeft aandacht voor arme kinderen en diegenen in nood. Hij heeft een geestelijke gesteldheid die men normaal niet vindt bij kinderen van die leeftijd en - eigenlijk - ook niet bij volwassenen. Hij probeert het goede te doen en is vol vertrouwen in God. Mensen hoijk definieerbaar is, "het anders-zijn". Mensen worden door het kind Herman Wijns geraakt op een dieper niveau.


>  meer over Herman Wijns als kind

Anekdote: vertrouwen

De nachtrust wordt verstoord door het loeien van de sirenen. De eerste bommen vallen. Het huis davert op zijn grondvesten. De ruiten springen aan scherven. Papa schreeuwt: "Herman, gauw naar de kelder! Hoor of zie je dan niets!"

Herman gaat bovenop zijn bed staan, wijst naar het kruisbeeld en zegt rustig: "Vake, en Deze dan?" en kruipt terug onder de dekens.

meer anekdotes schooltijd